Johan Fretz (1985) vormt samen met Marcel Harteveld het muzikale cabaretduo De Gebroeders Fretz. Daarnaast pleit hij in columns en toespraken voor een mooiere, zachtere samenleving. In zijn fictieve roman FRETZ 2025 vertelt de kleinkunstenaar en schrijver hoe hij op 6 juli 2025 wordt gekozen tot de nieuwe minister-president van Nederland. Voor Het Lied gaat Johan in op de grote woorden van Ramses Shaffy.
ZING, VECHT, HUIL, BID, LACH, WERK & BEWONDER
Met Johan Fretz
Door Daan Bartels
Foto: Jonas Sacks
Zingen
“Zingen heeft alles van doen met vorm. In een lied komt het juiste woord op de juiste toon. Zoiets staat vast. Je kunt natuurlijk heel netjes zingen of het juist schurend doen, maar de melodie blijft de leidraad. Als het meezit zorgt die ervoor dat de boodschap krachtig overkomt. Om die reden probeer ik eigenlijk in alles wat ik doe muzikaliteit te zoeken, of het nou om het geschreven of om het gesproken woord gaat. Als ik zing, moet ik goed opletten dat ik wel verbonden blijf met de inhoud van de tekst. Tot nu toe heb ik de neiging op zangtechniek te letten en blijf ik met mijn verhaal wel erg netjes binnen de lijntjes. Van mijn grillige persoonlijkheid hoor je dan helaas maar weinig terug. Ik wil dat dat verandert mettertijd.”
Vechten
“Het leven is zo allesomvattend, dat het onmogelijk is daar geen gevecht in te beleven. We hebben allemaal zo onze worstelingen. Maar je kunt ‘vechten’ ook uitleggen als het strijden voor idealen en dan kom je al snel bij politiek uit. Ik onderzoek of het mogelijk is een strijd te voeren tegen het politieke spel, tegen gezapigheid en tegen polarisatie, maar zonder zelf meegezogen te worden in het geharrewar van de politieke arena. Het is niet zo dat het hele leven in het teken van die strijd hoeft te staan, maar ik vraag van mezelf en anderen wel om een verbintenis aan te gaan met een gedachtengoed van op een andere manier naar dingen kijken. Een gedachtengoed dat veel meer schoonheid en hoop biedt. Ik stel me dus niet verkiesbaar in september, maar manifesteer me wel nadrukkelijk. Dat vechten ook iets hards in zich heeft, is niet zo erg. Je kan nou eenmaal niet alleen maar zeggen ‘Hosanna, we houden elkaars handje vast en het komt wel goed.’ Met een beetje gezonde strijdbaarheid is niets mis; mensen zijn ook wel heel erg apathisch af en toe.”
Huilen
“Ik ben nogal overgevoelig. Die sensitiviteit maakt mij tot een gevoelige plaat die heel gemakkelijk van alles oppikt. In mijn werk heb ik daar voordeel van, omdat ik alles wat ik ervaar en voel kan vertalen in een verhaal of een lied. Ik streef naar een bepaalde gelaagdheid in wat ik maak. Het publiek ziet of hoort dan iets, om vervolgens te ontdekken wat daar allemaal nog meer achter schuilgaat. In het dagelijks is oversensitiviteit behoorlijk vervelend. Laatst bijvoorbeeld ontmoette ik een journaliste, die mij wilde interviewen over mijn boek. Daarna heb ik haar in een aardige mail bedankt voor het leuke gesprek. Ik kreeg vervolgens een vrij kille en hermetisch afgepaste reactie terug. Daar kan ik dan dagen mee bezig zijn. Als mensen totaal niet open zijn, niet zacht of kwetsbaar, word ik daar echt heel verdrietig van.”
Bidden
“Op mijn zesde ben ik gedoopt in de Katholieke Kerk. Het jaar daarna deed ik mijn Eerste Communie. Dat was een bijzondere dag, waar zoiets magisch vanuit gaat dat het je je hele leven bijblijft. Maar als je vraagt wat ik ben, dan moet ik je misschien wel atheïst antwoorden. Eigenlijk heb ik een hele ambivalente houding als het om het geloof gaat. Net als veel anderen, die zeggen niet te geloven, denk ik vaak dat er toch wel iets moet zijn. Maar als ik die mensen, of nu mijzelf, dan ‘iets’ hoor zeggen, vind ik dat laf. Dan moet ik het maar gewoon God noemen ook. Soms is geloven een jaar lang geen thema, maar voel ik me kut, wend ik me er toch weer tot het geloof. En al die mensen die tijdens een voetbalwedstrijd gespannen de handen vouwen en verzuchten ‘Laat ze scoren’, dat is toch ook bidden?”
Lachen
“Er zit geen schot tussen de verschillende dingen die ik doe. Het is kunst, het is een nieuwe vorm van politiek en het loopt door elkaar en komt vanuit dezelfde bron. Humor is voor mij een middel om een boodschap over te brengen, maar het is niet op elk podium even belangrijk. Wanneer ik met Marcel in het theater mensen aan het lachen maak, is dat een manier om ze te verleiden en los te maken. De humor maakt mensen week om vervolgens ook iets zinnigs te kunnen aanhoren. En zelfspot is ook belangrijk. Je moet jezelf vooral niet te serieus nemen, vind ik, maar datgene waar je voor staat des te meer.”
Werken
“Een dag niet werken is heerlijk, vooral bij de wetenschap dat je daarna weer wel aan het werk kunt. Zo’n niet-werkdag is er om op te laden en om contact te hebben met de mensen waar je van houdt. Van gesprekken met mijn ouders en vrienden kan ik erg genieten. Als kunstenaar voedt je je met hetgeen je beleeft naast je werk. Als je alleen nog maar werkt, wordt wat je maakt slechts een reactie daarop. Dat zie je bij veel muzikanten die op hun tweede of derde album alleen nog maar zingen over het schrijven van liedjes. Als liedjesschrijver kan ik dat nog wel aardig vinden, maar wat heeft Anja Visser uit Volendam daar nou aan? Nou ja, Anja uit Helmond kan ik beter zeggen. In Volendam zijn ze op hun eigen manier natuurlijk ook met muziek bezig…”
Bewonderen
“Onvoorwaardelijkheid. Ergens voor gaan zonder je grenzen af te stellen. Dat is de eigenschap waar ik bewondering voor heb. Neem Shaffy, die heeft de wereld ge-owned en is niet volwassen geworden. Daarom was iedereen zo verliefd op die man: omdat hij deed wat iedereen eigenlijk wil. Paul Verhoeven is naar mijn idee ook zo iemand die nooit is opgegroeid en hoewel getrouwd en vader, blijft gaan voor zijn passie. En dan Obama, mijn grote inspirator. Zijn kinderen zouden een veel leukere vader hebben gehad als hij niet zo gedreven was om dingen te veranderen. Het heeft alles te maken met prioriteiten stellen. Ik word er doodziek van als ik leeftijdsgenoten, die eens groots en meeslepend kunst wilden maken, in een interview hoor vertellen hoe ontroerend het is hun kind een paardenbloem te zien plukken. Nee, zodra je je sukadelapjes belangrijker gaat vinden, verliest de kunst die je creëert aan zeggingskracht. Dat is zonde. Al weet ik natuurlijk nog helemaal niet welke kant ik zelf uitga. Als vrijgezel is kunst maken toch ook een soort natuurlijke selectie. Je gaat op de apenrots staan en zegt tegen alle mooie, jonge, vruchtbare vrouwen in de zaal: ‘Kijk mij eens!’ Ik zou willen dat als ik ooit met een vrouw en kinderen samen ben, dat mijn gezin dan het allerbelangrijkste is.”

NIEUWE KLASSIEKERS (BOEK)
LANGS KROEGEN EN KATHEDRALEN (BOEK)
20 JAAR ANNIE M.G. SCHMIDTPRIJS (BOEK+CD) 
Kick
4 juli 2012
Ook dit gesprek heb ik met veel plezier gelezen. Mooie serie gaat dit worden. Nee, is het al!