Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder. Leg je die woorden voor aan liedkunstenaar Johan Hoogeboom (1965), dan reageert hij met verhalen over de kunst van het niet-zingen, het verschil tussen cabaret en amusement, Roomse misdaden en Jacques Brel. Maar ook noemt hij zijn samenwerking met kleinkunstenaar/zanger Bas Marée en bassist/zanger Ludo van der Winkel en vertelt hij over het nieuwe theaterprogramma van het collectief Andermans Veren Live. Daarin geeft hij samen met een club jonge collega’s het mooiste Nederlandstalige liedrepertoire een tweede leven.
ZING, VECHT, HUIL, BID, LACH, WERK & BEWONDER
Met Johan Hoogeboom
Door Daan Bartels
Zingen
“Voor het vertellen van een verhaal is het lied een prettige vorm. Heel anders dan een conference. Daarin heb je veel minder houvast. Een lied heeft een melodielijn en die is leidend. Je kunt daar dankbaar gebruik van maken en je toeschouwers laten aanvoelen waar je naartoe wilt. Door een droevig of juist een vrolijk intro geef je de luisteraar meteen al richting, al kun je als liedschrijver mensen daarmee ook juist op het verkeerde been zetten. Het wapen dat ik als zanger inzet, is de kunst van het niet-zingen. Er zijn maar weinig andere disciplines te bedenken, waarin je kunt wegkomen met ergens niet goed in zijn. In het cabaret kan dat wel! Ik sta daarmee in een traditie met collega’s als Hans Dorrestijn, Jeroen van Merwijk en Kees Torn. Te mooi zingen leidt vaak af van waar een tekst echt over gaat. Een naar randje, iets schurends, kan in een cabaretlied heel effectief zijn.”
Vechten
“Theaters en theatermakers hebben het best moeilijk de laatste tijd. Zo is het een gevecht om de zalen vol te krijgen. Bert Klunder zei eens dat maar 30.000 mensen in Nederland je aardig hoeven te vinden en bereid moeten zijn daarvoor een tientje per jaar te betalen, en dat je dan al een goed leven hebt. En zo is het. Er zijn genoeg liefhebbers te vinden, maar het probleem is dat mensen bij cabaret niet meer goed weten wat ze kunnen verwachten. Wat Tineke Schouten en Jochem Myjer maken heette vroeger geen cabaret, maar amusement. En de VARA heeft onder de noemer cabaret jarenlang van alles en nog wat klakkeloos op televisie gepleurd. Als mensen nu een voorstelling van mij met Bas Marée en Ludo van der Winkel bezoeken, zeggen ze na afloop dat dat geen cabaret is omdat wij ‘gewoon liedjes zingen’. Maar van oorsprong is juist dat de meest pure vorm van cabaret. Het gevaar is dat als je nu een cabaretvoorstelling aankondigt er mensen op afkomen die alleen maar een avondje willen lachen. Anderen blijven juist weg, bang dat cabaret alleen nog maar voor stand-upcomedy en platte grappen staat. Een nieuwe term als ‘liedkunst’ is dus helemaal niet zo verkeerd voor wat wij doen. Misschien moeten we nog wat harder knokken om onze theatervorm op die manier aan de man te brengen.”
Huilen
“Het gebeurt nog steeds dat ik ontroerd raak door liedjes. Op dit moment zitten we in het voorbereidingstraject van de nieuwe voorstelling van Andermans Veren Live. Eén van de liedjes waar we mee bezig zijn is Wie (heeft de zon uit jouw gezicht gehaald). Een tekst van Liselore Gerritsen, bekend gezongen door Herman van Veen. Wat een verschrikkelijk hartverscheurend lied is dat! Het raakt mij en ik vind het eigenlijk jammer dat ik het niet veel eerder heb leren kennen. Overigens is het wel erg ingewikkeld om zo’n lied goed te brengen. Vaak worden gevoelige teksten zo pathetisch gebracht, dat je als luisteraar medelijden krijgt met de artiest op het podium. Dat vind ik altijd verkeerd. Het is de kunst het lied puur over te brengen, zodat de luisteraar het wat inhoud betreft op zichzelf kan betrekken. Daar komt techniek bij kijken en je hebt er ervaring voor nodig. Ik vind dat erg interessant.”
Bidden
“Bidden? Ik heb er niets op tegen. Maar geloven… Het lijkt wel of alle oorlogen voortkomen uit geloofsovertuigingen. Zelf geloof ik veel meer in de kunsten als een manier om mensen scherp te houden en om ze bij de maatschappij te betrekken. Veel leuker! En dan Rome… mensen die verkondigen dat in Afrika geen condooms mogen worden verstrekt, terwijl er miljoenen mensen doodgaan aan Aids, dat is misdadig. Overbrengen naar het Internationaal Strafhof in Den Haag en veroordelen voor genocide, zeg ik dan.”
Lachen
“Vaak wordt het hardst gelachen om grappen die men zelf had kunnen bedenken, maar waarmee de cabaretier net even iets eerder komt. Lachen is goed en belangrijk voor het cabaret, maar voor mij is het wel een middel en geen doel. Daar zit nou precies het verschil tussen iemand die amusement bedrijft en iemand die met een cabaretvoorstelling iets wil zeggen over de wereld waarin wij leven. In een lied kan ik soms geestig zijn, maar de laatste programma’s die ik gemaakt heb met Bas en Ludo en met Andermans Veren Live waren toch vooral opgebouwd uit lyrisch werk. Als mensen na afloop dan toch opmerken dat ze zo gelachen hebben, is de balans goed geweest.”
Johan Hoogeboom (l) met collega’s Andermans Veren Live / Foto: Govert de Roos
Werken
“Van het theaterlied heb ik mijn vak kunnen maken. Ik heb me enorm verdiept in de materie en de wisselwerking tussen tekstschrijver, componist, uitvoerende en publiek. Toen ik als maker van solovoorstellingen tegen een bepaald soort verzadiging opliep, ben ik gaan samenwerken met Bas, die ik leerde kennen omdat ik les aan hem gaf op de Koningstheateracademie in Den Bosch. Door onze samenwerking ben ik verder gekomen en kon ik invulling geven aan muzikale ambities, waar ik in mijn eentje geen goede vorm voor kon vinden. Nu vormen Bas en ik een gelijkwaardig driemanschap met Ludo. Bij Andermans Veren Live ben ik iets meer de muzikaal begeleider van het stel, al zijn er ook in die programma’s altijd nummers die erom vragen dat juist ik ze zing. Nu in de voorbereidingstijd maken we er veel werk van om alles uit de geselecteerde liedjes naar boven te halen, wat er in zit. Dat is fijn om te doen en draagt altijd bij aan het resultaat. Daar ben ik van overtuigd.”
Bewonderen
“Vanuit pedagogisch oogpunt heb ik veel bewondering voor Ruut Weissman en Bert Klunder. Ruut heeft echt een filosofie over theater maken en Bert had dat ook. Dat kom je maar weinig tegen, helaas. Er is bijvoorbeeld maar weinig geschreven over de liedkunst, terwijl over toneel… boekenkasten vol! Kijk je naar uitvoerende kunstenaars, dan noem ik Jacques Brel. Een fenomeen was dat, die met zijn geluid en visie, met zijn teksten en muziek zo puur en briljant heeft verteld hoe de wereld in elkaar zit… Daar kun je naar blijven kijken en luisteren. Door zijn ervaring en vakmanschap wist hij precies hoe veel of weinig accent hij op woorden en zinnen in een lied moest leggen om het goed over te laten komen op zijn publiek. Zong Brel over een boom, dan ging het over een boom, over Brel zelf én over jou als luisteraar. En dat is volgens mij het hoogste wat je kunt nastreven bij het uitvoeren van een lied. Brel is daarmee een groot voorbeeld voor ons kleinkunstenaars.”
Lees meer over de aanstaande tournee Voor prijzen en de roem van Andermans Veren Live!

NIEUWE KLASSIEKERS (BOEK)
LANGS KROEGEN EN KATHEDRALEN (BOEK)
20 JAAR ANNIE M.G. SCHMIDTPRIJS (BOEK+CD) 