Paul de Leeuw, Poephoofd, voorstelling, 2012
Gezien op woensdag 8 februari 2012 in Theater DeLaMar, Amsterdam.
Op de vooravond van zijn vijftigste verjaardag en na twintig jaar ‘afwezigheid’ is Paul de Leeuw terug in de Nederlandse theaters met een amusante theatervoorstelling vol persoonlijke verhalen. En bij aanvang van de voorstelling maakt hij het maar meteen duidelijk: Poephoofd is geen ‘best of’-programma, want als hij ergens geen zin in heeft, is het wel in het zingen van Vlieg met me mee naar de regenboog of Droomland. In plaats daarvan vermaakt Paul zijn publiek met nieuw werk, dat hij brengt met de flair die hij altijd heeft behouden.
Foto: Fred de Groot / E.V.A. Media
De liedjes
Geen oude hits dus, maar wat zingt Paul dan wel? Het antwoord is: een aantal fonkelnieuwe liedjes, waarbij de liefhebbers van Paul als zanger heerlijk kunnen wegdromen. Tekstmeester George Groot heeft een Nederlandse bewerking gemaakt van Rufus Wainwrights Going to a town. En samen met Guus Meeuwis en Jan Willem Rozenboom heeft Paul een lied geschreven, waarin blues en bloesem samenvallen: De bleusem. Paul laat zijn publiek erop meeknippen met de vingers en raakt met dit nummer de blijheid en luchtigheid van werk van Toon Hermans. Een om de thematiek opvallend en tegelijkertijd erg mooi lied is geschreven door Jan Boerstoel (tekst) en Rutger de Bekker (muziek). Paul bezingt daarin gevoelens die bij hem bovenkomen voor een ex-geliefde, wanneer hij hoort dat die is overleden. De titel van dit lied vat de inhoud treffend samen: Dan ineens weer wel. Een beetje vreemd is het lied 2 Minuten; je afvragen waarom je nooit eens twee minuten stilstaat bij de geliefde die je hart heeft ‘bezet’, terwijl je wel twee minuten stil bent voor de dodenherdenking, is een wat rare vergelijking. Al moet gezegd, de stilte die Paul aan het slot ervan teweegbrengt, is adembenemend mooi.
De verhalen
Toch is het niet de muziek, waar het in Poephoofd om draait. De Leeuw rijgt een aantal uiterst persoonlijke verhalen aan elkaar, van dat hij de gezelligste ober van Van der Valk was tot hoe de adoptie van zijn te vroeg geboren, tweede zoon verliep. Hij vertelt vaak met het plezier van een jarig kind en altijd met het gemak van de geboren entertainer. Dit maakt zijn ‘comeback’ als soloartiest in het theater tot een waar feestje, met de liedjes als kers op de… appelmoes.



