SYLVESTER HOOGMOED/WE ZIEN WEL! – HET WONDERLIJKE LEVEN VAN RAMSES SHAFFY/BOEK/2011
‘Het wonderlijke leven van Ramses Shaffy’. Dat is de ondertitel van de door Sylvester Hoogmoed geschreven biografie van de meest tot de verbeelding sprekende en meest on-Hollandse acteur en zanger, die Nederland gekend heeft. Net als de titel ‘We zien wel!’ (een uitspraak van Shaffy zelf) dekt de zin volledig de lading van de zorgvuldig vastgelegde levenswandel.
Zorgvuldig, ja. En dat is meteen opmerkelijk. Want Shaffy was dat zelf allerminst. Aan degelijk archiveren deed hij niet, dagboeken hield hij slechts in bepaalde fases van zijn leven bij en van zijn liedjes zette hij zelf nooit een noot op papier. Auteur en Shaffy-kenner Sylvester Hoogmoed heeft dus een lastig en omvangrijk karwei geklaard en lijkt daar, gezien het nauwkeurig en volledig geschetste beeld van Shaffy’s leven en werk, uitstekend in geslaagd.
Toneel
Het dikke boek van Shaffy gaat verder dan zijn eerste biografie (de belevingsroman van Bas Steman) en de muziektheaterproductie ‘Ramses’. Ditmaal is -en terecht- niet alleen Ramses’ carrière als zanger en zijn leven als ‘edele bon vivant tussen spotlight en goot’ belicht, maar gaat juist ook veel aandacht uit naar zijn loopbaan aan het toneel. De weergave van de vele stukken, zijn rollen en de kritieken daarop doen recht aan zijn prestaties op dit vlak.
De liedjes
Natuurlijk komt de muzikale kant van Shaffy wel degelijk -en ook volledig- aan bod. Door Hoogmoeds schets van Ramses’ leven door de jaren heen, waarvoor hij veel intimi sprak en vele, vele interviews met Ramses (en over Ramses) gebruikte, wordt ineens duidelijk hoe autobiografisch sommige liedjes zijn of op z’n minst waar Shaffy de inspiratie voor zijn teksten aan ontleende. Muzikanten duiden ook nog eens Ramses’ composities en roemen zijn improvisatietalent.
Hoogmoed heeft zijn prettig leesbare verhaal doorweven met citaten uit gesprekken, interviews en de liederen. Hoewel het boek chronologisch is van opbouw, wijst Hoogmoed in sommige vroege passages al even vooruit en blikt hij verder in zijn verhaal soms even terug. Alle losse eindjes vallen daardoor prachtig samen en het resultaat is, dat ook doorgewinterde Shaffy-fanaten er nieuw inzicht door verkrijgen.
Groots en meeslepend leven
Wat ik persoonlijk erg leuk vind om te lezen zijn de vele, over het algemeen lovende aanduidingen van Shaffy. Ze zijn opgetekend uit de monden van verschillende personen. Een paar voorbeelden: Bart Peeters kondigde de al wat oudere Shaffy bij een optreden voor de Vlaamse televisie aan als ‘De Amsterdamse Jim Morrison’. Oud-burgemeester Job Cohen noemde hem een ‘muzische komeet’ en ‘de verpersoonlijking van Marsmans ‘Groots en meeslepend wil ik leven’. En voor promotionele doeleinden maakte men er ‘de zanger van het ruig-romantische lied’ van.
De mooiste uitspraak komt echter van zijn muze Liesbeth List (door Shaffy zo nu en dan gekscherend ‘de directrice’ genoemd). Haar typering van Shaffy en vooral eigenlijk van zijn levenshouding luidt: ‘Ramses die eerst zijn glazen poetst, ze vervolgens ingooit en er dan, al naar het fortuin waait, karton voor laat zetten of heel mooi glas-in-lood’. Wie het boek leest zal in de schrijnende verhalen over drinkgelagen en verval het ‘karton’ uit deze beeldspraak herkennen. Net zo goed laat Sylvester Hoogmoed zijn lezers enorm genieten van het ‘glas in lood’: vele glorieuze momenten, zijn levenswijsheid en prettige kolder kleuren dit lijvige verslag van Ramses Shaffy’s wonderlijke leven.



